"Rabbit proof fence" van Philip Noyce

 recensie film.nl door: Eveline Hagenbeek
De werkelijkheid is vaak meer bizar dan het meest absurde scenario. En het ongelooflijke verhaal van de drie jonge Aboriginalmeisjes die ontsnapten uit een heropvoedingskamp en 2000 kilometer te voet door de outback vluchtten, op zoek naar hun moeders, leende zich natuurlijk uitstekend voor een beklemmende en ontroerende film.


In de jaren dertig waren dergelijke opvoedingskampen een bekend fenomeen in Australië. Halfbloed Aboriginalkinderen werden op gewelddadige wijze bij hun families weggehaald om in een afgesloten kamp opgeleid te worden tot huishoudelijke hulp bij blanke gezinnen. Ze zagen hun eigen families nooit terug en werden later `de gestolen generatie`genoemd. Ook was het voor Aboriginals verboden om met elkaar te trouwen. Zo zou het ras wel snel uitsterven, meenden de blanke overheersers.
De blanke vaders van Molly, Gracie en hun nichtje Daisy werkten aan het Rabbit-proof fence, dat noordelijk en zuidelijk Australië van elkaar scheidde. De kinderen groeiden op bij hun moeders, tot de rijksvoogd van het district (Kenneth Branagh in de film) de halfbloedkinderen ontdekte en besloot dat ze oud genoeg waren voor heropvoeding.

Regisseur Philip Noyce (Dead calm, Patriot Games) toont de ontvoering en het strenge regime in het kamp, maar het grootste deel van de film beslaat de vlucht. Onder leiding van de bijdehante Molly (een indrukwekkende rol van de jonge Everlyn Sampi) ontdekken de meisjes het hek en gebruiken dat als leidraad door de woestijn. Aan het eind van het hek zijn hun moeders, redeneren ze. Ondertussen worden ze op de hielen gezeten door politiemannen te paard en een ervaren Aboriginal-tracker die hun sporen feilloos weet te volgen, maar naarmate de maandenlange reis vordert, respect voor de kinderen krijgt en zorgt dat ze hun voorsprong behouden.
Het vloeiende camerawerk van Christopher Doyle toont schitterende natuurbeelden. De wat al te overdadige close-ups van de schattige kindergezichtjes zijn hem vergeven. Noyce heeft hier en daar wat teveel de neiging om zich op Hollywoodsentiment-momenten te focussen, maar het realistische acteren van de kinderen zorgt ervoor dat de film nergens te sentimenteel wordt.